NL: internerenSynoniemen: opsluiten, isoleren
EN: interneren (gevangen zetten): detain
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geïnterneerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik interneer jij interneert hij interneert wij interneren jullie interneren zij interneren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geïnterneerd jij hebt geïnterneerd hij heeft geïnterneerd wij hebben geïnterneerd jullie hebben geïnterneerd zij hebben geïnterneerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik interneerde jij interneerde hij interneerde wij interneerden jullie interneerden zij interneerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geïnterneerd jij had geïnterneerd hij had geïnterneerd wij hadden geïnterneerd jullie hadden geïnterneerd zij hadden geïnterneerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal interneren jij zult interneren hij zal interneren wij zullen interneren jullie zullen interneren zij zullen interneren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geïnterneerd hebben jij zult geïnterneerd hebben hij zal geïnterneerd hebben wij zullen geïnterneerd hebben jullie zullen geïnterneerd hebben zij zullen geïnterneerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou interneren jij zou interneren hij zou interneren wij zouden interneren jullie zouden interneren zij zouden interneren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geïnterneerd hebben jij zou geïnterneerd hebben hij zou geïnterneerd hebben wij zouden geïnterneerd hebben jullie zouden geïnterneerd hebben zij zouden geïnterneerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
interneer
|