NL: internationaliseren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geïnternationaliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik internationaliseer jij internationaliseert hij internationaliseert wij internationaliseren jullie internationaliseren zij internationaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geïnternationaliseerd jij hebt geïnternationaliseerd hij heeft geïnternationaliseerd wij hebben geïnternationaliseerd jullie hebben geïnternationaliseerd zij hebben geïnternationaliseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik internationaliseerde jij internationaliseerde hij internationaliseerde wij internationaliseerden jullie internationaliseerden zij internationaliseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geïnternationaliseerd jij had geïnternationaliseerd hij had geïnternationaliseerd wij hadden geïnternationaliseerd jullie hadden geïnternationaliseerd zij hadden geïnternationaliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal internationaliseren jij zult internationaliseren hij zal internationaliseren wij zullen internationaliseren jullie zullen internationaliseren zij zullen internationaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geïnternationaliseerd hebben jij zult geïnternationaliseerd hebben hij zal geïnternationaliseerd hebben wij zullen geïnternationaliseerd hebben jullie zullen geïnternationaliseerd hebben zij zullen geïnternationaliseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou internationaliseren jij zou internationaliseren hij zou internationaliseren wij zouden internationaliseren jullie zouden internationaliseren zij zouden internationaliseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geïnternationaliseerd hebben jij zou geïnternationaliseerd hebben hij zou geïnternationaliseerd hebben wij zouden geïnternationaliseerd hebben jullie zouden geïnternationaliseerd hebben zij zouden geïnternationaliseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
internationaliseer
|