NL: interfererenSynoniemen: tussenkomen, tussenbeikomen, interveniëren, interrumperen, ingrijpen, bemiddelen
DE: interfereren (tussenbeide komen): vermitteln, eingreifen, intervenieren, zusammenfallen, schlichten, unterbrechen, einschreiten, zusammentreffen, interferieren, sich einmischen
EN: interfereren (tussenbeide komen): interfere, intervene, intercede, interrupt, mediate, step in, come between, butt in
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geïnterfereerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik interfereer jij interfereert hij interfereert wij interfereren jullie interfereren zij interfereren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geïnterfereerd jij hebt geïnterfereerd hij heeft geïnterfereerd wij hebben geïnterfereerd jullie hebben geïnterfereerd zij hebben geïnterfereerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik interfereerde jij interfereerde hij interfereerde wij interfereerden jullie interfereerden zij interfereerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geïnterfereerd jij had geïnterfereerd hij had geïnterfereerd wij hadden geïnterfereerd jullie hadden geïnterfereerd zij hadden geïnterfereerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal interfereren jij zult interfereren hij zal interfereren wij zullen interfereren jullie zullen interfereren zij zullen interfereren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geïnterfereerd hebben jij zult geïnterfereerd hebben hij zal geïnterfereerd hebben wij zullen geïnterfereerd hebben jullie zullen geïnterfereerd hebben zij zullen geïnterfereerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou interfereren jij zou interfereren hij zou interfereren wij zouden interfereren jullie zouden interfereren zij zouden interfereren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geïnterfereerd hebben jij zou geïnterfereerd hebben hij zou geïnterfereerd hebben wij zouden geïnterfereerd hebben jullie zouden geïnterfereerd hebben zij zouden geïnterfereerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
interfereer
|