Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

interfacen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: interfacen

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geinterfacet
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik interface
jij interfacet
hij interfacet
wij interfacen
jullie interfacen
zij interfacen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geinterfacet
jij hebt geinterfacet
hij heeft geinterfacet
wij hebben geinterfacet
jullie hebben geinterfacet
zij hebben geinterfacet
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik interfacete
jij interfacete
hij interfacete
wij interfaceten
jullie interfaceten
zij interfaceten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geinterfacet
jij had geinterfacet
hij had geinterfacet
wij hadden geinterfacet
jullie hadden geinterfacet
zij hadden geinterfacet
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal interfacen
jij zult interfacen
hij zal interfacen
wij zullen interfacen
jullie zullen interfacen
zij zullen interfacen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geinterfacet hebben
jij zult geinterfacet hebben
hij zal geinterfacet hebben
wij zullen geinterfacet hebben
jullie zullen geinterfacet hebben
zij zullen geinterfacet hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou interfacen
jij zou interfacen
hij zou interfacen
wij zouden interfacen
jullie zouden interfacen
zij zouden interfacen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geinterfacet hebben
jij zou geinterfacet hebben
hij zou geinterfacet hebben
wij zouden geinterfacet hebben
jullie zouden geinterfacet hebben
zij zouden geinterfacet hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
interface

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/interfacen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English