EN: to inter| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
interring
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I inter you inter he inters we inter you inter they inter
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have interred you have interred he has interred we have interred you have interred they have interred
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I interred you interred he interred we interred you interred they interred
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had interred you had interred he had interred we had interred you had interred they had interred
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will inter you will inter he will inter we will inter you will inter they will inter
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have interred you will have interred he will have interred we will have interred you will have interred they will have interred
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would inter you would inter he would inter we would inter you would inter they would inter
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have interred you would have interred he would have interred we would have interred you would have interred they would have interred
|
FR: inter| Participe Passé |
|
inté
|
| Indicatif Présent |
| ott, als in `ik ga` |
je inte tu intes il; elle inte nous intons vous intez ils; elles intent
|
| Indicatif Passé Composé |
| Passé composé = voltooid tegenwoordige tijd. Als in `ik ben gegaan`. Le passé composé wordt gebruikt voor alle op zichzelf staande feiten, nieuwe, éénmalige gebeurtenissen, alle afgesloten handelingen. |
j`ai inté tu as inté il; elle a inté nous avons inté vous avez inté ils; elles ont inté
|
| Indicatif Imparfait |
| ovt, als in `ik ging`. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was. |
j`intais tu intais il; elle intait nous intions vous intiez ils; elles intaient
|
| Indicatif Plus-Que-Parfait |
| Plus-que-parfait= voltooid verleden tijd. Als in `ik was gegaan` |
j`avais inté tu avais inté il; elle avait inté nous avions inté vous aviez inté ils; elles avaient inté
|
| Indicatif Passé Simple |
| vtt, als in `ik ging`. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
j`intai tu intas il; elle inta nous intâmes vous intâtes ils; elles intèrent
|
| Indicatif Passé Antérieur |
| vvtt, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`eus inté tu eus inté il; elle eut inté nous eûmes inté vous eûtes inté ils; elles eurent inté
|
| Indicatif Futur Simple |
| ottt, als in `ik zal gaan` |
j`interai tu interas il; elle intera nous interons vous interez ils; elles interont
|
| Indicatif Futur Antérieur |
| vttt, als in `Ik zal gegaan zijn` |
j`aurai inté tu auras inté il; elle aura inté nous aurons inté vous aurez inté ils; elles auront inté
|
| Subjonctif Présent |
| Aanvoegende wijs, heden. Men gebruikt het subjonctif in een onderschikkende bijzin die begint met `que`, na werkwoorden die een gevoel weergeven: être content = blij zijn, être triste= bedroefd zijn |
j`inte tu intes il; elle inte nous intions vous intiez ils; elles intent
|
| Subjonctif Passé |
| Aanvoegende wijs, verleden. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`aie inté tu aies inté il; elle ait inté nous ayons inté vous ayez inté ils; elles aient inté
|
| Subjonctif Imparfait |
| Aanvoegende wijs. Vooral gebruikt in de schrijftaal. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was |
j`intasse tu intasses il; elle intât nous intassions vous intassiez ils; elles intassent
|
| Subjonctif Plus-Que-Parfait |
| Aanvoegende wijs, voltooid deelwoord. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`eusse inté tu eusses inté il; elle eût inté nous eussions inté vous eussiez inté ils; elles eussent inté
|
| Conditionnel Présent |
| ovtt. Met de conditionnel présent kan je een voorwaarde uitdrukken, als in `ik zou gaan` |
j`interais tu interais il; elle interait nous interions vous interiez ils; elles interaient
|
| Conditionnel Passé |
| vvtt. De conditionnel passé gebruik je om een voorwaarde in het verleden te stellen, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`aurais inté tu aurais inté il; elle aurait inté nous aurions inté vous auriez inté ils; elles auraient inté
|
| Impératif Présent |
| gebiedende wijs als in `Ga!` |
(tu) inte, (nous) intons (vous) intez
|