NL: instrumenterenSynoniemen: arrangeren, orkestreren
EN: instrumenteren (orkestreren): orchestrate, arrange
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geïnstrumenteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik instrumenteer jij instrumenteert hij instrumenteert wij instrumenteren jullie instrumenteren zij instrumenteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geïnstrumenteerd jij hebt geïnstrumenteerd hij heeft geïnstrumenteerd wij hebben geïnstrumenteerd jullie hebben geïnstrumenteerd zij hebben geïnstrumenteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik instrumenteerde jij instrumenteerde hij instrumenteerde wij instrumenteerden jullie instrumenteerden zij instrumenteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geïnstrumenteerd jij had geïnstrumenteerd hij had geïnstrumenteerd wij hadden geïnstrumenteerd jullie hadden geïnstrumenteerd zij hadden geïnstrumenteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal instrumenteren jij zult instrumenteren hij zal instrumenteren wij zullen instrumenteren jullie zullen instrumenteren zij zullen instrumenteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geïnstrumenteerd hebben jij zult geïnstrumenteerd hebben hij zal geïnstrumenteerd hebben wij zullen geïnstrumenteerd hebben jullie zullen geïnstrumenteerd hebben zij zullen geïnstrumenteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou instrumenteren jij zou instrumenteren hij zou instrumenteren wij zouden instrumenteren jullie zouden instrumenteren zij zouden instrumenteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geïnstrumenteerd hebben jij zou geïnstrumenteerd hebben hij zou geïnstrumenteerd hebben wij zouden geïnstrumenteerd hebben jullie zouden geïnstrumenteerd hebben zij zouden geïnstrumenteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
instrumenteer
|