NL: instemmenSynoniemen: akkoord gaan, bereid verklaren, steunen, rugsteunen, bijvallen
DE: einstimmen
EN: approve, support, agree, shore, back up
ES: aprobar, estar de acuerdo
FR: soutenir, approuver, appuyer, consentir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingestemd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik stem in jij stemt in hij stemt in wij stemmen in jullie stemmen in zij stemmen in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingestemd jij hebt ingestemd hij heeft ingestemd wij hebben ingestemd jullie hebben ingestemd zij hebben ingestemd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stemde in jij stemde in hij stemde in wij stemden in jullie stemden in zij stemden in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingestemd jij had ingestemd hij had ingestemd wij hadden ingestemd jullie hadden ingestemd zij hadden ingestemd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal instemmen jij zult instemmen hij zal instemmen wij zullen instemmen jullie zullen instemmen zij zullen instemmen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingestemd hebben jij zult ingestemd hebben hij zal ingestemd hebben wij zullen ingestemd hebben jullie zullen ingestemd hebben zij zullen ingestemd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou instemmen jij zou instemmen hij zou instemmen wij zouden instemmen jullie zouden instemmen zij zouden instemmen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingestemd hebben jij zou ingestemd hebben hij zou ingestemd hebben wij zouden ingestemd hebben jullie zouden ingestemd hebben zij zouden ingestemd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
stem in
|