NL: installerenSynoniemen: aanstellen, inrichten, plaatsen, stationeren, aanleggen, aanbrengen, benoemen, vestigen
DE: installeren (aanstellen): einstellen, einsetzen
EN: installeren (aanstellen): appoint, establish, install, institute
ES: installeren (aanstellen): instalar, establecer, nombrar, crear, formar
FR: installeren (aanstellen): désigner, nommer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geïnstalleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik installeer jij installeert hij installeert wij installeren jullie installeren zij installeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geïnstalleerd jij hebt geïnstalleerd hij heeft geïnstalleerd wij hebben geïnstalleerd jullie hebben geïnstalleerd zij hebben geïnstalleerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik installeerde jij installeerde hij installeerde wij installeerden jullie installeerden zij installeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geïnstalleerd jij had geïnstalleerd hij had geïnstalleerd wij hadden geïnstalleerd jullie hadden geïnstalleerd zij hadden geïnstalleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal installeren jij zult installeren hij zal installeren wij zullen installeren jullie zullen installeren zij zullen installeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geïnstalleerd hebben jij zult geïnstalleerd hebben hij zal geïnstalleerd hebben wij zullen geïnstalleerd hebben jullie zullen geïnstalleerd hebben zij zullen geïnstalleerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou installeren jij zou installeren hij zou installeren wij zouden installeren jullie zouden installeren zij zouden installeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geïnstalleerd hebben jij zou geïnstalleerd hebben hij zou geïnstalleerd hebben wij zouden geïnstalleerd hebben jullie zouden geïnstalleerd hebben zij zouden geïnstalleerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
installeer
|