NL: instaanDE: gewährleisten, sicherstellen, garantieren
EN: guarantee, vouch, warrant
FR: se porter garant, être garant, garantir, certifier
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingestaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sta in jij staat in hij staat in wij staan in jullie staan in zij staan in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingestaan jij hebt ingestaan hij heeft ingestaan wij hebben ingestaan jullie hebben ingestaan zij hebben ingestaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stond in jij stond in hij stond in wij stonden in jullie stonden in zij stonden in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingestaan jij had ingestaan hij had ingestaan wij hadden ingestaan jullie hadden ingestaan zij hadden ingestaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal instaan jij zult instaan hij zal instaan wij zullen instaan jullie zullen instaan zij zullen instaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingestaan hebben jij zult ingestaan hebben hij zal ingestaan hebben wij zullen ingestaan hebben jullie zullen ingestaan hebben zij zullen ingestaan hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou instaan jij zou instaan hij zou instaan wij zouden instaan jullie zouden instaan zij zouden instaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingestaan hebben jij zou ingestaan hebben hij zou ingestaan hebben wij zouden ingestaan hebben jullie zouden ingestaan hebben zij zouden ingestaan hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sta in
|