Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

inspringen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: inspringen
Synoniemen: vervangen, aflossen

DE: hineinspringen, springen, einspringen, einhelfen
EN: leap into, jump into, dive into
ES: saltar dentro, venir en ayuda
FR: être enfoncer, être renforcé, remplacer, suppléer, donner suite, donner suite à, rentrer dans, sauter dans

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
ingesprongen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik spring in
jij springt in
hij springt in
wij springen in
jullie springen in
zij springen in
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb ingesprongen
jij hebt ingesprongen
hij heeft ingesprongen
wij hebben ingesprongen
jullie hebben ingesprongen
zij hebben ingesprongen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik sprong in
jij sprong in
hij sprong in
wij sprongen in
jullie sprongen in
zij sprongen in
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had ingesprongen
jij had ingesprongen
hij had ingesprongen
wij hadden ingesprongen
jullie hadden ingesprongen
zij hadden ingesprongen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal inspringen
jij zult inspringen
hij zal inspringen
wij zullen inspringen
jullie zullen inspringen
zij zullen inspringen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal ingesprongen hebben
jij zult ingesprongen hebben
hij zal ingesprongen hebben
wij zullen ingesprongen hebben
jullie zullen ingesprongen hebben
zij zullen ingesprongen hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou inspringen
jij zou inspringen
hij zou inspringen
wij zouden inspringen
jullie zouden inspringen
zij zouden inspringen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou ingesprongen hebben
jij zou ingesprongen hebben
hij zou ingesprongen hebben
wij zouden ingesprongen hebben
jullie zouden ingesprongen hebben
zij zouden ingesprongen hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
spring in

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/inspringen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English