NL: inspringenSynoniemen: vervangen, aflossen
DE: hineinspringen, springen, einspringen, einhelfen
EN: leap into, jump into, dive into
ES: saltar dentro, venir en ayuda
FR: être enfoncer, être renforcé, remplacer, suppléer, donner suite, donner suite à, rentrer dans, sauter dans
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingesprongen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik spring in jij springt in hij springt in wij springen in jullie springen in zij springen in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingesprongen jij hebt ingesprongen hij heeft ingesprongen wij hebben ingesprongen jullie hebben ingesprongen zij hebben ingesprongen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik sprong in jij sprong in hij sprong in wij sprongen in jullie sprongen in zij sprongen in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingesprongen jij had ingesprongen hij had ingesprongen wij hadden ingesprongen jullie hadden ingesprongen zij hadden ingesprongen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inspringen jij zult inspringen hij zal inspringen wij zullen inspringen jullie zullen inspringen zij zullen inspringen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingesprongen hebben jij zult ingesprongen hebben hij zal ingesprongen hebben wij zullen ingesprongen hebben jullie zullen ingesprongen hebben zij zullen ingesprongen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inspringen jij zou inspringen hij zou inspringen wij zouden inspringen jullie zouden inspringen zij zouden inspringen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingesprongen hebben jij zou ingesprongen hebben hij zou ingesprongen hebben wij zouden ingesprongen hebben jullie zouden ingesprongen hebben zij zouden ingesprongen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
spring in
|