NL: inspecterenSynoniemen: bekijken, bezichtigen, controleren, examineren, keuren, monsteren, overzien, schouwen
DE: inspecteren (bezichtigen): besichtigen, inspizieren, sich anschauen, sich ansehen
EN: inspecteren (bezichtigen): examine, view, look at, inspect, scrutinize, verify, watch, control, check
ES: inspecteren (bezichtigen): visitar, ir a ver, pasar revista a, controlar, repasar, verificar, examinar, inspeccionar
FR: inspecteren (bezichtigen): visiter, regarder, examiner, voir, considérer, contempler, passer en revue, inspecter, surveiller, observer, contrôler, soumettre à une inspection, faire une inspection de
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geïnspecteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik inspecteer jij inspecteert hij inspecteert wij inspecteren jullie inspecteren zij inspecteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geïnspecteerd jij hebt geïnspecteerd hij heeft geïnspecteerd wij hebben geïnspecteerd jullie hebben geïnspecteerd zij hebben geïnspecteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik inspecteerde jij inspecteerde hij inspecteerde wij inspecteerden jullie inspecteerden zij inspecteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geïnspecteerd jij had geïnspecteerd hij had geïnspecteerd wij hadden geïnspecteerd jullie hadden geïnspecteerd zij hadden geïnspecteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inspecteren jij zult inspecteren hij zal inspecteren wij zullen inspecteren jullie zullen inspecteren zij zullen inspecteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geïnspecteerd hebben jij zult geïnspecteerd hebben hij zal geïnspecteerd hebben wij zullen geïnspecteerd hebben jullie zullen geïnspecteerd hebben zij zullen geïnspecteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inspecteren jij zou inspecteren hij zou inspecteren wij zouden inspecteren jullie zouden inspecteren zij zouden inspecteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geïnspecteerd hebben jij zou geïnspecteerd hebben hij zou geïnspecteerd hebben wij zouden geïnspecteerd hebben jullie zouden geïnspecteerd hebben zij zouden geïnspecteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
inspecteer
|