NL: insmerenSynoniemen: bestrijken, oliën, zalven
DE: einschmieren
EN: rub in
FR: enduire
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingesmeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik smeer in jij smeert in hij smeert in wij smeren in jullie smeren in zij smeren in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingesmeerd jij hebt ingesmeerd hij heeft ingesmeerd wij hebben ingesmeerd jullie hebben ingesmeerd zij hebben ingesmeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik smeerde in jij smeerde in hij smeerde in wij smeerden in jullie smeerden in zij smeerden in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingesmeerd jij had ingesmeerd hij had ingesmeerd wij hadden ingesmeerd jullie hadden ingesmeerd zij hadden ingesmeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal insmeren jij zult insmeren hij zal insmeren wij zullen insmeren jullie zullen insmeren zij zullen insmeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingesmeerd hebben jij zult ingesmeerd hebben hij zal ingesmeerd hebben wij zullen ingesmeerd hebben jullie zullen ingesmeerd hebben zij zullen ingesmeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou insmeren jij zou insmeren hij zou insmeren wij zouden insmeren jullie zouden insmeren zij zouden insmeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingesmeerd hebben jij zou ingesmeerd hebben hij zou ingesmeerd hebben wij zouden ingesmeerd hebben jullie zouden ingesmeerd hebben zij zouden ingesmeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
smeer in
|