NL: insluitenSynoniemen: begrenzen, belegeren, bijsluiten, omringen, omsingelen, , omsluiten, omgeven, toevoegen, bijvoegen
DE: insluiten (omsingelen): einschließen, umfassen, umschließen, einrahmen, einkreisen, einhegen, umringen, einpferchen, einsäumen
EN: insluiten (omsingelen): surround, besiege
ES: insluiten (omsingelen): incluir, ceñir, rodear, cercar, encerrar, acorralar
FR: insluiten (omsingelen): encercler, entourer, cerner, environner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingesloten
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sluit in jij sluit in hij sluit in wij sluiten in jullie sluiten in zij sluiten in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingesloten jij hebt ingesloten hij heeft ingesloten wij hebben ingesloten jullie hebben ingesloten zij hebben ingesloten
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik sloot in jij sloot in hij sloot in wij sloten in jullie sloten in zij sloten in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingesloten jij had ingesloten hij had ingesloten wij hadden ingesloten jullie hadden ingesloten zij hadden ingesloten
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal insluiten jij zult insluiten hij zal insluiten wij zullen insluiten jullie zullen insluiten zij zullen insluiten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingesloten hebben jij zult ingesloten hebben hij zal ingesloten hebben wij zullen ingesloten hebben jullie zullen ingesloten hebben zij zullen ingesloten hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou insluiten jij zou insluiten hij zou insluiten wij zouden insluiten jullie zouden insluiten zij zouden insluiten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingesloten hebben jij zou ingesloten hebben hij zou ingesloten hebben wij zouden ingesloten hebben jullie zouden ingesloten hebben zij zouden ingesloten hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sluit in
|