Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

inslaan vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: inslaan
Synoniemen: bunkeren, intikken, opslaan, stukslaan, winkelen, verbrijzelen, kapotslaan, inkopen

DE: inslaan (stukslaan): zerschlagen, zertrümmern, zerbrechen, brechen, kaputtschlagen
EN: inslaan (stukslaan): shatter, break, smash to pieces, smash up, smash, knock to pieces
ES: inslaan (stukslaan): hacer pedazos
FR: inslaan (stukslaan): casser, écraser, briser, rompre, broyer, rabattre, démolir, fracasser, casser en morceaux, mettre en morceaux

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
ingeslagen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik sla in
jij slaat in
hij slaat in
wij slaan in
jullie slaan in
zij slaan in
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb ingeslagen
jij hebt ingeslagen
hij heeft ingeslagen
wij hebben ingeslagen
jullie hebben ingeslagen
zij hebben ingeslagen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik sloeg in
jij sloeg in
hij sloeg in
wij sloegen in
jullie sloegen in
zij sloegen in
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had ingeslagen
jij had ingeslagen
hij had ingeslagen
wij hadden ingeslagen
jullie hadden ingeslagen
zij hadden ingeslagen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal inslaan
jij zult inslaan
hij zal inslaan
wij zullen inslaan
jullie zullen inslaan
zij zullen inslaan
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal ingeslagen hebben
jij zult ingeslagen hebben
hij zal ingeslagen hebben
wij zullen ingeslagen hebben
jullie zullen ingeslagen hebben
zij zullen ingeslagen hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou inslaan
jij zou inslaan
hij zou inslaan
wij zouden inslaan
jullie zouden inslaan
zij zouden inslaan
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou ingeslagen hebben
jij zou ingeslagen hebben
hij zou ingeslagen hebben
wij zouden ingeslagen hebben
jullie zouden ingeslagen hebben
zij zouden ingeslagen hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
sla in

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/inslaan

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English