NL: insinuerenSynoniemen: zinspelen, aantijgen
FR: imputer, insinuer, accuser, charger
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geïnsinueerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik insinueer jij insinueert hij insinueert wij insinueren jullie insinueren zij insinueren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geïnsinueerd jij hebt geïnsinueerd hij heeft geïnsinueerd wij hebben geïnsinueerd jullie hebben geïnsinueerd zij hebben geïnsinueerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik insinueerde jij insinueerde hij insinueerde wij insinueerden jullie insinueerden zij insinueerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geïnsinueerd jij had geïnsinueerd hij had geïnsinueerd wij hadden geïnsinueerd jullie hadden geïnsinueerd zij hadden geïnsinueerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal insinueren jij zult insinueren hij zal insinueren wij zullen insinueren jullie zullen insinueren zij zullen insinueren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geïnsinueerd hebben jij zult geïnsinueerd hebben hij zal geïnsinueerd hebben wij zullen geïnsinueerd hebben jullie zullen geïnsinueerd hebben zij zullen geïnsinueerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou insinueren jij zou insinueren hij zou insinueren wij zouden insinueren jullie zouden insinueren zij zouden insinueren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geïnsinueerd hebben jij zou geïnsinueerd hebben hij zou geïnsinueerd hebben wij zouden geïnsinueerd hebben jullie zouden geïnsinueerd hebben zij zouden geïnsinueerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
insinueer
|