NL: inschepenEN: embark
FR: monter à bord, embarquer, s'embarquer, prendre le bateau
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingescheept
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik scheep in jij scheept in hij scheept in wij schepen in jullie schepen in zij schepen in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingescheept jij hebt ingescheept hij heeft ingescheept wij hebben ingescheept jullie hebben ingescheept zij hebben ingescheept
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik scheepte in jij scheepte in hij scheepte in wij scheepten in jullie scheepten in zij scheepten in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingescheept jij had ingescheept hij had ingescheept wij hadden ingescheept jullie hadden ingescheept zij hadden ingescheept
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inschepen jij zult inschepen hij zal inschepen wij zullen inschepen jullie zullen inschepen zij zullen inschepen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingescheept hebben jij zult ingescheept hebben hij zal ingescheept hebben wij zullen ingescheept hebben jullie zullen ingescheept hebben zij zullen ingescheept hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inschepen jij zou inschepen hij zou inschepen wij zouden inschepen jullie zouden inschepen zij zouden inschepen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingescheept hebben jij zou ingescheept hebben hij zou ingescheept hebben wij zouden ingescheept hebben jullie zouden ingescheept hebben zij zouden ingescheept hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
scheep in
|