NL: inroepenSynoniemen: aanroepen, inviteren
DE: anrufen, herbeirufen, hereinrufen
EN: call upon, call in
ES: someterse a, apelar
FR: appeler, inviter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingeroepen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik roep in jij roept in hij roept in wij roepen in jullie roepen in zij roepen in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingeroepen jij hebt ingeroepen hij heeft ingeroepen wij hebben ingeroepen jullie hebben ingeroepen zij hebben ingeroepen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik riep in jij riep in hij riep in wij riepen in jullie riepen in zij riepen in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingeroepen jij had ingeroepen hij had ingeroepen wij hadden ingeroepen jullie hadden ingeroepen zij hadden ingeroepen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inroepen jij zult inroepen hij zal inroepen wij zullen inroepen jullie zullen inroepen zij zullen inroepen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingeroepen hebben jij zult ingeroepen hebben hij zal ingeroepen hebben wij zullen ingeroepen hebben jullie zullen ingeroepen hebben zij zullen ingeroepen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inroepen jij zou inroepen hij zou inroepen wij zouden inroepen jullie zouden inroepen zij zouden inroepen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingeroepen hebben jij zou ingeroepen hebben hij zou ingeroepen hebben wij zouden ingeroepen hebben jullie zouden ingeroepen hebben zij zouden ingeroepen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
roep in
|