NL: inprentenSynoniemen: infusie, doordringen, aftreksel
DE: einprägen, einschärfen, einimpfen, einhämmern
EN: imprint, instil, impress, encode, get through
FR: percer, pénétrer, assurer quelque chose à quelqu'un, graver dans l'esprit, faire prendre conscience
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingeprent
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik prent in jij prent in hij prent in wij prenten in jullie prenten in zij prenten in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingeprent jij hebt ingeprent hij heeft ingeprent wij hebben ingeprent jullie hebben ingeprent zij hebben ingeprent
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik prentte in jij prentte in hij prentte in wij prentten in jullie prentten in zij prentten in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingeprent jij had ingeprent hij had ingeprent wij hadden ingeprent jullie hadden ingeprent zij hadden ingeprent
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inprenten jij zult inprenten hij zal inprenten wij zullen inprenten jullie zullen inprenten zij zullen inprenten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingeprent hebben jij zult ingeprent hebben hij zal ingeprent hebben wij zullen ingeprent hebben jullie zullen ingeprent hebben zij zullen ingeprent hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inprenten jij zou inprenten hij zou inprenten wij zouden inprenten jullie zouden inprenten zij zouden inprenten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingeprent hebben jij zou ingeprent hebben hij zou ingeprent hebben wij zouden ingeprent hebben jullie zouden ingeprent hebben zij zouden ingeprent hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
prent in
|