NL: innenSynoniemen: nemen, ontvangen, opstrijken, invordering, incasseren, vordering, inning, incasso, incassering
DE: das Geld einsammeln, das Innen
EN: the collecting
ES: el cobrar, el percibir
FR: le encaissement
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geïnd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik in jij int hij int wij innen jullie innen zij innen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geïnd jij hebt geïnd hij heeft geïnd wij hebben geïnd jullie hebben geïnd zij hebben geïnd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik inde jij inde hij inde wij inden jullie inden zij inden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geïnd jij had geïnd hij had geïnd wij hadden geïnd jullie hadden geïnd zij hadden geïnd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal innen jij zult innen hij zal innen wij zullen innen jullie zullen innen zij zullen innen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geïnd hebben jij zult geïnd hebben hij zal geïnd hebben wij zullen geïnd hebben jullie zullen geïnd hebben zij zullen geïnd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou innen jij zou innen hij zou innen wij zouden innen jullie zouden innen zij zouden innen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geïnd hebben jij zou geïnd hebben hij zou geïnd hebben wij zouden geïnd hebben jullie zouden geïnd hebben zij zouden geïnd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
in
|