NL: inmetselenEN: immure, brick up, wall in
ES: empotrar, amurallar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingemetseld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik metsel in jij metselt in hij metselt in wij metselen in jullie metselen in zij metselen in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingemetseld jij hebt ingemetseld hij heeft ingemetseld wij hebben ingemetseld jullie hebben ingemetseld zij hebben ingemetseld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik metselde in jij metselde in hij metselde in wij metselden in jullie metselden in zij metselden in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingemetseld jij had ingemetseld hij had ingemetseld wij hadden ingemetseld jullie hadden ingemetseld zij hadden ingemetseld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inmetselen jij zult inmetselen hij zal inmetselen wij zullen inmetselen jullie zullen inmetselen zij zullen inmetselen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingemetseld hebben jij zult ingemetseld hebben hij zal ingemetseld hebben wij zullen ingemetseld hebben jullie zullen ingemetseld hebben zij zullen ingemetseld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inmetselen jij zou inmetselen hij zou inmetselen wij zouden inmetselen jullie zouden inmetselen zij zouden inmetselen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingemetseld hebben jij zou ingemetseld hebben hij zou ingemetseld hebben wij zouden ingemetseld hebben jullie zouden ingemetseld hebben zij zouden ingemetseld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
metsel in
|