NL: inlossenSynoniemen: aflossen
EN: redeem
FR: acquitter, rembourser, régler, amortir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingelost
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik los in jij lost in hij lost in wij lossen in jullie lossen in zij lossen in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingelost jij hebt ingelost hij heeft ingelost wij hebben ingelost jullie hebben ingelost zij hebben ingelost
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik loste in jij loste in hij loste in wij losten in jullie losten in zij losten in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingelost jij had ingelost hij had ingelost wij hadden ingelost jullie hadden ingelost zij hadden ingelost
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inlossen jij zult inlossen hij zal inlossen wij zullen inlossen jullie zullen inlossen zij zullen inlossen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingelost hebben jij zult ingelost hebben hij zal ingelost hebben wij zullen ingelost hebben jullie zullen ingelost hebben zij zullen ingelost hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inlossen jij zou inlossen hij zou inlossen wij zouden inlossen jullie zouden inlossen zij zouden inlossen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingelost hebben jij zou ingelost hebben hij zou ingelost hebben wij zouden ingelost hebben jullie zouden ingelost hebben zij zouden ingelost hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
los in
|