NL: inlijvenSynoniemen: annexeren, detacheren, incorporeren, overnemen
EN: inlijven (annexeren): incorporate, take over, enroll, annex, enlist
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingelijfd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik lijf in jij lijft in hij lijft in wij rijven in jullie rijven in zij rijven in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingelijfd jij hebt ingelijfd hij heeft ingelijfd wij hebben ingelijfd jullie hebben ingelijfd zij hebben ingelijfd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik lijfde in jij lijfde in hij lijfde in wij lijfden in jullie lijfden in zij lijfden in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingelijfd jij had ingelijfd hij had ingelijfd wij hadden ingelijfd jullie hadden ingelijfd zij hadden ingelijfd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inlijven jij zult inlijven hij zal inlijven wij zullen inlijven jullie zullen inlijven zij zullen inlijven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingelijfd hebben jij zult ingelijfd hebben hij zal ingelijfd hebben wij zullen ingelijfd hebben jullie zullen ingelijfd hebben zij zullen ingelijfd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inlijven jij zou inlijven hij zou inlijven wij zouden inlijven jullie zouden inlijven zij zouden inlijven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingelijfd hebben jij zou ingelijfd hebben hij zou ingelijfd hebben wij zouden ingelijfd hebben jullie zouden ingelijfd hebben zij zouden ingelijfd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
lijf in
|