NL: inleidenSynoniemen: introduceren, openen
DE: einleiten, vorstellen, einführen, hinführen, hereinführen
EN: open, introduce, start
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingeleid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik leid in jij leidt in hij leidt in wij leiden in jullie leiden in zij leiden in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingeleid jij hebt ingeleid hij heeft ingeleid wij hebben ingeleid jullie hebben ingeleid zij hebben ingeleid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik leidde in jij leidde in hij leidde in wij leidden in jullie leidden in zij leidden in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingeleid jij had ingeleid hij had ingeleid wij hadden ingeleid jullie hadden ingeleid zij hadden ingeleid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inleiden jij zult inleiden hij zal inleiden wij zullen inleiden jullie zullen inleiden zij zullen inleiden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingeleid hebben jij zult ingeleid hebben hij zal ingeleid hebben wij zullen ingeleid hebben jullie zullen ingeleid hebben zij zullen ingeleid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inleiden jij zou inleiden hij zou inleiden wij zouden inleiden jullie zouden inleiden zij zouden inleiden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingeleid hebben jij zou ingeleid hebben hij zou ingeleid hebben wij zouden ingeleid hebben jullie zouden ingeleid hebben zij zouden ingeleid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
leid in
|