NL: inlatenSynoniemen: afgeven, bemoeien, mengen
DE: herein lassen, hinein lassen
EN: admit, let in
ES: admitir, dejar entrar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingelaten
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik laat in jij laat in hij laat in wij laten in jullie laten in zij laten in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingelaten jij hebt ingelaten hij heeft ingelaten wij hebben ingelaten jullie hebben ingelaten zij hebben ingelaten
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik liet in jij liet in hij liet in wij lieten in jullie lieten in zij lieten in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingelaten jij had ingelaten hij had ingelaten wij hadden ingelaten jullie hadden ingelaten zij hadden ingelaten
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inlaten jij zult inlaten hij zal inlaten wij zullen inlaten jullie zullen inlaten zij zullen inlaten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingelaten hebben jij zult ingelaten hebben hij zal ingelaten hebben wij zullen ingelaten hebben jullie zullen ingelaten hebben zij zullen ingelaten hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inlaten jij zou inlaten hij zou inlaten wij zouden inlaten jullie zouden inlaten zij zouden inlaten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingelaten hebben jij zou ingelaten hebben hij zou ingelaten hebben wij zouden ingelaten hebben jullie zouden ingelaten hebben zij zouden ingelaten hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
laat in
|