NL: inkopenSynoniemen: aanschaffen, winkelen, boodschappen, overnemen, kopen, afnemen, aankopen, inslaan
DE: inkopen (winkelen): einkaufen
EN: purchases
ES: inkopen (winkelen): hacer compras, ir de compras, salier de compras
FR: inkopen (winkelen): emmagasiner, faire provision de
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingekocht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik koop in jij koopt in hij koopt in wij kopen in jullie kopen in zij kopen in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingekocht jij hebt ingekocht hij heeft ingekocht wij hebben ingekocht jullie hebben ingekocht zij hebben ingekocht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kocht in jij kocht in hij kocht in wij kochten in jullie kochten in zij kochten in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingekocht jij had ingekocht hij had ingekocht wij hadden ingekocht jullie hadden ingekocht zij hadden ingekocht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inkopen jij zult inkopen hij zal inkopen wij zullen inkopen jullie zullen inkopen zij zullen inkopen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingekocht hebben jij zult ingekocht hebben hij zal ingekocht hebben wij zullen ingekocht hebben jullie zullen ingekocht hebben zij zullen ingekocht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inkopen jij zou inkopen hij zou inkopen wij zouden inkopen jullie zouden inkopen zij zouden inkopen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingekocht hebben jij zou ingekocht hebben hij zou ingekocht hebben wij zouden ingekocht hebben jullie zouden ingekocht hebben zij zouden ingekocht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
koop in
|