NL: inklarenSynoniemen: klaren, inklaring
DE: einklarieren, Bagage einklarieren
EN: clear baggage, clear, enter
ES: despachar en la aduana
FR: déclarer, dédouaner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingeklaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik klaar in jij klaart in hij klaart in wij klaren in jullie klaren in zij klaren in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingeklaard jij hebt ingeklaard hij heeft ingeklaard wij hebben ingeklaard jullie hebben ingeklaard zij hebben ingeklaard
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik klaarde in jij klaarde in hij klaarde in wij klaarden in jullie klaarden in zij klaarden in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingeklaard jij had ingeklaard hij had ingeklaard wij hadden ingeklaard jullie hadden ingeklaard zij hadden ingeklaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inklaren jij zult inklaren hij zal inklaren wij zullen inklaren jullie zullen inklaren zij zullen inklaren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingeklaard hebben jij zult ingeklaard hebben hij zal ingeklaard hebben wij zullen ingeklaard hebben jullie zullen ingeklaard hebben zij zullen ingeklaard hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inklaren jij zou inklaren hij zou inklaren wij zouden inklaren jullie zouden inklaren zij zouden inklaren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingeklaard hebben jij zou ingeklaard hebben hij zou ingeklaard hebben wij zouden ingeklaard hebben jullie zouden ingeklaard hebben zij zouden ingeklaard hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
klaar in
|