NL: inkapselenSynoniemen: limiteren, inperken, indammen, beperken
DE: inkapselen (beperken): einschränken
EN: inkapselen (beperken): restrict, encapsulate, confine, limit, enclose, embank, envelope, dam
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingekapseld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kapsel in jij kapselt in hij kapselt in wij kapselen in jullie kapselen in zij kapselen in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingekapseld jij hebt ingekapseld hij heeft ingekapseld wij hebben ingekapseld jullie hebben ingekapseld zij hebben ingekapseld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kapselde in jij kapselde in hij kapselde in wij kapselden in jullie kapselden in zij kapselden in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingekapseld jij had ingekapseld hij had ingekapseld wij hadden ingekapseld jullie hadden ingekapseld zij hadden ingekapseld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inkapselen jij zult inkapselen hij zal inkapselen wij zullen inkapselen jullie zullen inkapselen zij zullen inkapselen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingekapseld hebben jij zult ingekapseld hebben hij zal ingekapseld hebben wij zullen ingekapseld hebben jullie zullen ingekapseld hebben zij zullen ingekapseld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inkapselen jij zou inkapselen hij zou inkapselen wij zouden inkapselen jullie zouden inkapselen zij zouden inkapselen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingekapseld hebben jij zou ingekapseld hebben hij zou ingekapseld hebben wij zouden ingekapseld hebben jullie zouden ingekapseld hebben zij zouden ingekapseld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kapsel in
|