Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

injecteren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: injecteren
Synoniemen: spuiten

DE: spritzen, einspritzen, impfen, einimpfen
EN: inject
ES: jeringar, vacunar, inyectar
FR: injecter

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geïnjecteerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik injecteer
jij injecteert
hij injecteert
wij injecteren
jullie injecteren
zij injecteren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geïnjecteerd
jij hebt geïnjecteerd
hij heeft geïnjecteerd
wij hebben geïnjecteerd
jullie hebben geïnjecteerd
zij hebben geïnjecteerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik injecteerde
jij injecteerde
hij injecteerde
wij injecteerden
jullie injecteerden
zij injecteerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geïnjecteerd
jij had geïnjecteerd
hij had geïnjecteerd
wij hadden geïnjecteerd
jullie hadden geïnjecteerd
zij hadden geïnjecteerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal injecteren
jij zult injecteren
hij zal injecteren
wij zullen injecteren
jullie zullen injecteren
zij zullen injecteren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geïnjecteerd hebben
jij zult geïnjecteerd hebben
hij zal geïnjecteerd hebben
wij zullen geïnjecteerd hebben
jullie zullen geïnjecteerd hebben
zij zullen geïnjecteerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou injecteren
jij zou injecteren
hij zou injecteren
wij zouden injecteren
jullie zouden injecteren
zij zouden injecteren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geïnjecteerd hebben
jij zou geïnjecteerd hebben
hij zou geïnjecteerd hebben
wij zouden geïnjecteerd hebben
jullie zouden geïnjecteerd hebben
zij zouden geïnjecteerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
injecteer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/injecteren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English