FR: injecterNL: spuiten, injecteren
EN: inject
| Participe Passé |
|
injecté
|
| Indicatif Présent |
| ott, als in `ik ga` |
je injecte tu injectes il; elle injecte nous injectons vous injectez ils; elles injectent
|
| Indicatif Passé Composé |
| Passé composé = voltooid tegenwoordige tijd. Als in `ik ben gegaan`. Le passé composé wordt gebruikt voor alle op zichzelf staande feiten, nieuwe, éénmalige gebeurtenissen, alle afgesloten handelingen. |
j`ai injecté tu as injecté il; elle a injecté nous avons injecté vous avez injecté ils; elles ont injecté
|
| Indicatif Imparfait |
| ovt, als in `ik ging`. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was. |
j`injectais tu injectais il; elle injectait nous injections vous injectiez ils; elles injectaient
|
| Indicatif Plus-Que-Parfait |
| Plus-que-parfait= voltooid verleden tijd. Als in `ik was gegaan` |
j`avais injecté tu avais injecté il; elle avait injecté nous avions injecté vous aviez injecté ils; elles avaient injecté
|
| Indicatif Passé Simple |
| vtt, als in `ik ging`. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
j`injectai tu injectas il; elle injecta nous injectâmes vous injectâtes ils; elles injectèrent
|
| Indicatif Passé Antérieur |
| vvtt, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`eus injecté tu eus injecté il; elle eut injecté nous eûmes injecté vous eûtes injecté ils; elles eurent injecté
|
| Indicatif Futur Simple |
| ottt, als in `ik zal gaan` |
j`injecterai tu injecteras il; elle injectera nous injecterons vous injecterez ils; elles injecteront
|
| Indicatif Futur Antérieur |
| vttt, als in `Ik zal gegaan zijn` |
j`aurai injecté tu auras injecté il; elle aura injecté nous aurons injecté vous aurez injecté ils; elles auront injecté
|
| Subjonctif Présent |
| Aanvoegende wijs, heden. Men gebruikt het subjonctif in een onderschikkende bijzin die begint met `que`, na werkwoorden die een gevoel weergeven: être content = blij zijn, être triste= bedroefd zijn |
j`injecte tu injectes il; elle injecte nous injections vous injectiez ils; elles injectent
|
| Subjonctif Passé |
| Aanvoegende wijs, verleden. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`aie injecté tu aies injecté il; elle ait injecté nous ayons injecté vous ayez injecté ils; elles aient injecté
|
| Subjonctif Imparfait |
| Aanvoegende wijs. Vooral gebruikt in de schrijftaal. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was |
j`injectasse tu injectasses il; elle injectât nous injectassions vous injectassiez ils; elles injectassent
|
| Subjonctif Plus-Que-Parfait |
| Aanvoegende wijs, voltooid deelwoord. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`eusse injecté tu eusses injecté il; elle eût injecté nous eussions injecté vous eussiez injecté ils; elles eussent injecté
|
| Conditionnel Présent |
| ovtt. Met de conditionnel présent kan je een voorwaarde uitdrukken, als in `ik zou gaan` |
j`injecterais tu injecterais il; elle injecterait nous injecterions vous injecteriez ils; elles injecteraient
|
| Conditionnel Passé |
| vvtt. De conditionnel passé gebruik je om een voorwaarde in het verleden te stellen, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`aurais injecté tu aurais injecté il; elle aurait injecté nous aurions injecté vous auriez injecté ils; elles auraient injecté
|
| Impératif Présent |
| gebiedende wijs als in `Ga!` |
(tu) injecte, (nous) injectons (vous) injectez
|