NL: inhoudenSynoniemen: afhouden, aftrekken, beduiden, bedwingen, beheersen, beknibbelen, besluiten, bestaan, betekenen, bevatten, behelzen, houden, achterhouden, verrekenen, inslikken, stoppen, stilstaan, stilhouden
DE: inhouden (behelzen): enthalten, beinhalten, implizieren, lauten
EN: inhouden (behelzen): contain, include
ES: inhouden (behelzen): contener, comprender
FR: inhouden (behelzen): impliquer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingehouden
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik houd in; hou in jij houdt in hij houdt in wij houden in jullie houden in zij houden in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingehouden jij hebt ingehouden hij heeft ingehouden wij hebben ingehouden jullie hebben ingehouden zij hebben ingehouden
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik hield in jij hield in hij hield in wij hielden in jullie hielden in zij hielden in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingehouden jij had ingehouden hij had ingehouden wij hadden ingehouden jullie hadden ingehouden zij hadden ingehouden
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inhouden jij zult inhouden hij zal inhouden wij zullen inhouden jullie zullen inhouden zij zullen inhouden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingehouden hebben jij zult ingehouden hebben hij zal ingehouden hebben wij zullen ingehouden hebben jullie zullen ingehouden hebben zij zullen ingehouden hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inhouden jij zou inhouden hij zou inhouden wij zouden inhouden jullie zouden inhouden zij zouden inhouden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingehouden hebben jij zou ingehouden hebben hij zou ingehouden hebben wij zouden ingehouden hebben jullie zouden ingehouden hebben zij zouden ingehouden hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
houd in; hou in
|