NL: inhakenDE: einhaken, haken, festhängen, festhaken
EN: hitch in, hook into
FR: accrocher, agrafer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingehaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik haak in jij haakt in hij haakt in wij haken in jullie haken in zij haken in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingehaakt jij hebt ingehaakt hij heeft ingehaakt wij hebben ingehaakt jullie hebben ingehaakt zij hebben ingehaakt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik haakte in jij haakte in hij haakte in wij haakten in jullie haakten in zij haakten in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingehaakt jij had ingehaakt hij had ingehaakt wij hadden ingehaakt jullie hadden ingehaakt zij hadden ingehaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inhaken jij zult inhaken hij zal inhaken wij zullen inhaken jullie zullen inhaken zij zullen inhaken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingehaakt hebben jij zult ingehaakt hebben hij zal ingehaakt hebben wij zullen ingehaakt hebben jullie zullen ingehaakt hebben zij zullen ingehaakt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inhaken jij zou inhaken hij zou inhaken wij zouden inhaken jullie zouden inhaken zij zouden inhaken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingehaakt hebben jij zou ingehaakt hebben hij zou ingehaakt hebben wij zouden ingehaakt hebben jullie zouden ingehaakt hebben zij zouden ingehaakt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
haak in
|