NL: ingravenDE: eingraben
EN: dig in
FR: enterrer, enfouir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingegraven
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik graaf in jij graaft in hij graaft in wij graven in jullie graven in zij graven in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingegraven jij hebt ingegraven hij heeft ingegraven wij hebben ingegraven jullie hebben ingegraven zij hebben ingegraven
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik groef in jij groef in hij groef in wij groeven in jullie groeven in zij groeven in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingegraven jij had ingegraven hij had ingegraven wij hadden ingegraven jullie hadden ingegraven zij hadden ingegraven
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ingraven jij zult ingraven hij zal ingraven wij zullen ingraven jullie zullen ingraven zij zullen ingraven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingegraven hebben jij zult ingegraven hebben hij zal ingegraven hebben wij zullen ingegraven hebben jullie zullen ingegraven hebben zij zullen ingegraven hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ingraven jij zou ingraven hij zou ingraven wij zouden ingraven jullie zouden ingraven zij zouden ingraven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingegraven hebben jij zou ingegraven hebben hij zou ingegraven hebben wij zouden ingegraven hebben jullie zouden ingegraven hebben zij zouden ingegraven hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
graaf in
|