NL: ingooienEN: throw in, break, shatter
ES: romper, estropear, quebrar, destruir, echar en, hacer pedazos, romper a pedradas
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingegooid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik gooi in jij gooit in hij gooit in wij gooien in jullie gooien in zij gooien in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingegooid jij hebt ingegooid hij heeft ingegooid wij hebben ingegooid jullie hebben ingegooid zij hebben ingegooid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik gooide in jij gooide in hij gooide in wij gooiden in jullie gooiden in zij gooiden in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingegooid jij had ingegooid hij had ingegooid wij hadden ingegooid jullie hadden ingegooid zij hadden ingegooid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ingooien jij zult ingooien hij zal ingooien wij zullen ingooien jullie zullen ingooien zij zullen ingooien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingegooid hebben jij zult ingegooid hebben hij zal ingegooid hebben wij zullen ingegooid hebben jullie zullen ingegooid hebben zij zullen ingegooid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ingooien jij zou ingooien hij zou ingooien wij zouden ingooien jullie zouden ingooien zij zouden ingooien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingegooid hebben jij zou ingegooid hebben hij zou ingegooid hebben wij zouden ingegooid hebben jullie zouden ingegooid hebben zij zouden ingegooid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
gooi in
|