NL: infantiliseren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geïnfantiliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik infantiliseer jij infantiliseert hij infantiliseert wij infantiliseren jullie infantiliseren zij infantiliseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geïnfantiliseerd jij hebt geïnfantiliseerd hij heeft geïnfantiliseerd wij hebben geïnfantiliseerd jullie hebben geïnfantiliseerd zij hebben geïnfantiliseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik infantiliseerde jij infantiliseerde hij infantiliseerde wij infantiliseerden jullie infantiliseerden zij infantiliseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geïnfantiliseerd jij had geïnfantiliseerd hij had geïnfantiliseerd wij hadden geïnfantiliseerd jullie hadden geïnfantiliseerd zij hadden geïnfantiliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal infantiliseren jij zult infantiliseren hij zal infantiliseren wij zullen infantiliseren jullie zullen infantiliseren zij zullen infantiliseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geïnfantiliseerd hebben jij zult geïnfantiliseerd hebben hij zal geïnfantiliseerd hebben wij zullen geïnfantiliseerd hebben jullie zullen geïnfantiliseerd hebben zij zullen geïnfantiliseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou infantiliseren jij zou infantiliseren hij zou infantiliseren wij zouden infantiliseren jullie zouden infantiliseren zij zouden infantiliseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geïnfantiliseerd hebben jij zou geïnfantiliseerd hebben hij zou geïnfantiliseerd hebben wij zouden geïnfantiliseerd hebben jullie zouden geïnfantiliseerd hebben zij zouden geïnfantiliseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
infantiliseer
|