NL: inentenSynoniemen: inoculeren, vaccineren
DE: inenten (inoculeren): impfen, einimpfen, inokulieren
EN: inenten (inoculeren): inject
ES: inenten (inoculeren): vacunar, inyectar, inocular
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingeënt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ent in jij ent in hij ent in wij enten in jullie enten in zij enten in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingeënt jij hebt ingeënt hij heeft ingeënt wij hebben ingeënt jullie hebben ingeënt zij hebben ingeënt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik entte in jij entte in hij entte in wij entten in jullie entten in zij entten in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingeënt jij had ingeënt hij had ingeënt wij hadden ingeënt jullie hadden ingeënt zij hadden ingeënt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inenten jij zult inenten hij zal inenten wij zullen inenten jullie zullen inenten zij zullen inenten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingeënt hebben jij zult ingeënt hebben hij zal ingeënt hebben wij zullen ingeënt hebben jullie zullen ingeënt hebben zij zullen ingeënt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inenten jij zou inenten hij zou inenten wij zouden inenten jullie zouden inenten zij zouden inenten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingeënt hebben jij zou ingeënt hebben hij zou ingeënt hebben wij zouden ingeënt hebben jullie zouden ingeënt hebben zij zouden ingeënt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ent in
|