NL: ineenslaanFR: ineenslaan (tegen elkaar slaan): battre l'un contre l'autre, agir de concert
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ineengeslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sla ineen jij slaat ineen hij slaat ineen wij slaan ineen jullie slaan ineen zij slaan ineen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ineengeslagen jij hebt ineengeslagen hij heeft ineengeslagen wij hebben ineengeslagen jullie hebben ineengeslagen zij hebben ineengeslagen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik sloeg ineen jij sloeg ineen hij sloeg ineen wij sloegen ineen jullie sloegen ineen zij sloegen ineen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ineengeslagen jij had ineengeslagen hij had ineengeslagen wij hadden ineengeslagen jullie hadden ineengeslagen zij hadden ineengeslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ineenslaan jij zult ineenslaan hij zal ineenslaan wij zullen ineenslaan jullie zullen ineenslaan zij zullen ineenslaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ineengeslagen hebben jij zult ineengeslagen hebben hij zal ineengeslagen hebben wij zullen ineengeslagen hebben jullie zullen ineengeslagen hebben zij zullen ineengeslagen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ineenslaan jij zou ineenslaan hij zou ineenslaan wij zouden ineenslaan jullie zouden ineenslaan zij zouden ineenslaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ineengeslagen hebben jij zou ineengeslagen hebben hij zou ineengeslagen hebben wij zouden ineengeslagen hebben jullie zouden ineengeslagen hebben zij zouden ineengeslagen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sla ineen
|