NL: inducerenEN: induce
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geïnduceerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik induceer jij induceert hij induceert wij induceren jullie induceren zij induceren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geïnduceerd jij hebt geïnduceerd hij heeft geïnduceerd wij hebben geïnduceerd jullie hebben geïnduceerd zij hebben geïnduceerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik induceerde jij induceerde hij induceerde wij induceerden jullie induceerden zij induceerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geïnduceerd jij had geïnduceerd hij had geïnduceerd wij hadden geïnduceerd jullie hadden geïnduceerd zij hadden geïnduceerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal induceren jij zult induceren hij zal induceren wij zullen induceren jullie zullen induceren zij zullen induceren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geïnduceerd hebben jij zult geïnduceerd hebben hij zal geïnduceerd hebben wij zullen geïnduceerd hebben jullie zullen geïnduceerd hebben zij zullen geïnduceerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou induceren jij zou induceren hij zou induceren wij zouden induceren jullie zouden induceren zij zouden induceren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geïnduceerd hebben jij zou geïnduceerd hebben hij zou geïnduceerd hebben wij zouden geïnduceerd hebben jullie zouden geïnduceerd hebben zij zouden geïnduceerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
induceer
|