NL: indrogenSynoniemen: drogen, verdrogen, verdorren, uitdrogen, opdrogen, verschrompelen, slinken, schrompelen, samentrekken
DE: indrogen (uitdrogen): vertrocknen, trocknen, schrumpfen, austrocknen, verkümmern, einschrumpfen, trockenlegen, schrumpeln, zusammenschrumpfen, eintrocknen, runzligwerden
ES: indrogen (uitdrogen): deshidratarse, desecar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingedroogd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik droog in jij droogt in hij droogt in wij drogen in jullie drogen in zij drogen in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingedroogd jij hebt ingedroogd hij heeft ingedroogd wij hebben ingedroogd jullie hebben ingedroogd zij hebben ingedroogd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik droogde in jij droogde in hij droogde in wij droogden in jullie droogden in zij droogden in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingedroogd jij had ingedroogd hij had ingedroogd wij hadden ingedroogd jullie hadden ingedroogd zij hadden ingedroogd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal indrogen jij zult indrogen hij zal indrogen wij zullen indrogen jullie zullen indrogen zij zullen indrogen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingedroogd hebben jij zult ingedroogd hebben hij zal ingedroogd hebben wij zullen ingedroogd hebben jullie zullen ingedroogd hebben zij zullen ingedroogd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou indrogen jij zou indrogen hij zou indrogen wij zouden indrogen jullie zouden indrogen zij zouden indrogen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingedroogd hebben jij zou ingedroogd hebben hij zou ingedroogd hebben wij zouden ingedroogd hebben jullie zouden ingedroogd hebben zij zouden ingedroogd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
droog in
|