NL: indraaienSynoniemen: inschroeven
DE: indraaien (inschroeven): eindrehen, einschrauben
EN: indraaien (inschroeven): screw in, bolt in
ES: indraaien (inschroeven): atornillar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingedraaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik draai in jij draait in hij draait in wij draaien in jullie draaien in zij draaien in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingedraaid jij hebt ingedraaid hij heeft ingedraaid wij hebben ingedraaid jullie hebben ingedraaid zij hebben ingedraaid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik draaide in jij draaide in hij draaide in wij draaiden in jullie draaiden in zij draaiden in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingedraaid jij had ingedraaid hij had ingedraaid wij hadden ingedraaid jullie hadden ingedraaid zij hadden ingedraaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal indraaien jij zult indraaien hij zal indraaien wij zullen indraaien jullie zullen indraaien zij zullen indraaien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingedraaid hebben jij zult ingedraaid hebben hij zal ingedraaid hebben wij zullen ingedraaid hebben jullie zullen ingedraaid hebben zij zullen ingedraaid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou indraaien jij zou indraaien hij zou indraaien wij zouden indraaien jullie zouden indraaien zij zouden indraaien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingedraaid hebben jij zou ingedraaid hebben hij zou ingedraaid hebben wij zouden ingedraaid hebben jullie zouden ingedraaid hebben zij zouden ingedraaid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
draai in
|