NL: indoctrineren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geïndoctrineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik indoctrineer jij indoctrineert hij indoctrineert wij indoctrineren jullie indoctrineren zij indoctrineren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geïndoctrineerd jij hebt geïndoctrineerd hij heeft geïndoctrineerd wij hebben geïndoctrineerd jullie hebben geïndoctrineerd zij hebben geïndoctrineerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik indoctrineerde jij indoctrineerde hij indoctrineerde wij indoctrineerden jullie indoctrineerden zij indoctrineerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geïndoctrineerd jij had geïndoctrineerd hij had geïndoctrineerd wij hadden geïndoctrineerd jullie hadden geïndoctrineerd zij hadden geïndoctrineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal indoctrineren jij zult indoctrineren hij zal indoctrineren wij zullen indoctrineren jullie zullen indoctrineren zij zullen indoctrineren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geïndoctrineerd hebben jij zult geïndoctrineerd hebben hij zal geïndoctrineerd hebben wij zullen geïndoctrineerd hebben jullie zullen geïndoctrineerd hebben zij zullen geïndoctrineerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou indoctrineren jij zou indoctrineren hij zou indoctrineren wij zouden indoctrineren jullie zouden indoctrineren zij zouden indoctrineren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geïndoctrineerd hebben jij zou geïndoctrineerd hebben hij zou geïndoctrineerd hebben wij zouden geïndoctrineerd hebben jullie zouden geïndoctrineerd hebben zij zouden geïndoctrineerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
indoctrineer
|