NL: individualiseren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geïndividualiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik individualiseer jij individualiseert hij individualiseert wij individualiseren jullie individualiseren zij individualiseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geïndividualiseerd jij hebt geïndividualiseerd hij heeft geïndividualiseerd wij hebben geïndividualiseerd jullie hebben geïndividualiseerd zij hebben geïndividualiseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik individualiseerde jij individualiseerde hij individualiseerde wij individualiseerden jullie individualiseerden zij individualiseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geïndividualiseerd jij had geïndividualiseerd hij had geïndividualiseerd wij hadden geïndividualiseerd jullie hadden geïndividualiseerd zij hadden geïndividualiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal individualiseren jij zult individualiseren hij zal individualiseren wij zullen individualiseren jullie zullen individualiseren zij zullen individualiseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geïndividualiseerd hebben jij zult geïndividualiseerd hebben hij zal geïndividualiseerd hebben wij zullen geïndividualiseerd hebben jullie zullen geïndividualiseerd hebben zij zullen geïndividualiseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou individualiseren jij zou individualiseren hij zou individualiseren wij zouden individualiseren jullie zouden individualiseren zij zouden individualiseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geïndividualiseerd hebben jij zou geïndividualiseerd hebben hij zou geïndividualiseerd hebben wij zouden geïndividualiseerd hebben jullie zouden geïndividualiseerd hebben zij zouden geïndividualiseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
individualiseer
|