NL: indelenSynoniemen: arrangeren, detacheren, groeperen, onderbrengen, ordenen, rangschikken, systematiseren
DE: einteilen, klassifizieren, gruppieren, ordnen, sortieren
EN: classify, group
ES: sistematizar, repartir, organizar, clasificar, ordenar, seleccionar, disponer, sortear
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingedeeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik deel in jij deelt in hij deelt in wij delen in jullie delen in zij delen in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingedeeld jij hebt ingedeeld hij heeft ingedeeld wij hebben ingedeeld jullie hebben ingedeeld zij hebben ingedeeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik deelde in jij deelde in hij deelde in wij deelden in jullie deelden in zij deelden in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingedeeld jij had ingedeeld hij had ingedeeld wij hadden ingedeeld jullie hadden ingedeeld zij hadden ingedeeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal indelen jij zult indelen hij zal indelen wij zullen indelen jullie zullen indelen zij zullen indelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingedeeld hebben jij zult ingedeeld hebben hij zal ingedeeld hebben wij zullen ingedeeld hebben jullie zullen ingedeeld hebben zij zullen ingedeeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou indelen jij zou indelen hij zou indelen wij zouden indelen jullie zouden indelen zij zouden indelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingedeeld hebben jij zou ingedeeld hebben hij zou ingedeeld hebben wij zouden ingedeeld hebben jullie zouden ingedeeld hebben zij zouden ingedeeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
deel in
|