NL: indekkenDE: abdecken
EN: cover
ES: cubrirse
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingedekt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik dek in jij dekt in hij dekt in wij dekken in jullie dekken in zij dekken in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingedekt jij hebt ingedekt hij heeft ingedekt wij hebben ingedekt jullie hebben ingedekt zij hebben ingedekt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dekte in jij dekte in hij dekte in wij dekten in jullie dekten in zij dekten in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingedekt jij had ingedekt hij had ingedekt wij hadden ingedekt jullie hadden ingedekt zij hadden ingedekt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal indekken jij zult indekken hij zal indekken wij zullen indekken jullie zullen indekken zij zullen indekken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingedekt hebben jij zult ingedekt hebben hij zal ingedekt hebben wij zullen ingedekt hebben jullie zullen ingedekt hebben zij zullen ingedekt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou indekken jij zou indekken hij zou indekken wij zouden indekken jullie zouden indekken zij zouden indekken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingedekt hebben jij zou ingedekt hebben hij zou ingedekt hebben wij zouden ingedekt hebben jullie zouden ingedekt hebben zij zouden ingedekt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
dek in
|