NL: inburgerenDE: einbürgern, eingewöhnen
EN: naturalize, acclimatize, settle down
FR: acclimater, s'adapter, s'habituer, s'intégrer, s'acclimater, naturaliser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingeburgerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik burger in jij burgert in hij burgert in wij burgeren in jullie burgeren in zij burgeren in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingeburgerd jij hebt ingeburgerd hij heeft ingeburgerd wij hebben ingeburgerd jullie hebben ingeburgerd zij hebben ingeburgerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik burgerde in jij burgerde in hij burgerde in wij burgerden in jullie burgerden in zij burgerden in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingeburgerd jij had ingeburgerd hij had ingeburgerd wij hadden ingeburgerd jullie hadden ingeburgerd zij hadden ingeburgerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inburgeren jij zult inburgeren hij zal inburgeren wij zullen inburgeren jullie zullen inburgeren zij zullen inburgeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingeburgerd hebben jij zult ingeburgerd hebben hij zal ingeburgerd hebben wij zullen ingeburgerd hebben jullie zullen ingeburgerd hebben zij zullen ingeburgerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inburgeren jij zou inburgeren hij zou inburgeren wij zouden inburgeren jullie zouden inburgeren zij zouden inburgeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingeburgerd hebben jij zou ingeburgerd hebben hij zou ingeburgerd hebben wij zouden ingeburgerd hebben jullie zouden ingeburgerd hebben zij zouden ingeburgerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
burger in
|