NL: inbrengenSynoniemen: aanbrengen, bijdragen, invoegen, invoeren, instoppen, indoen, invoer, inleiding
DE: inbrengen (doen in): einbringen, hineintun
EN: inbrengen (doen in): put in
FR: inbrengen (doen in): mettre dans, entrer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingebracht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik breng in jij brengt in hij brengt in wij brengen in jullie brengen in zij brengen in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingebracht jij hebt ingebracht hij heeft ingebracht wij hebben ingebracht jullie hebben ingebracht zij hebben ingebracht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bracht in jij bracht in hij bracht in wij brachten in jullie brachten in zij brachten in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingebracht jij had ingebracht hij had ingebracht wij hadden ingebracht jullie hadden ingebracht zij hadden ingebracht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inbrengen jij zult inbrengen hij zal inbrengen wij zullen inbrengen jullie zullen inbrengen zij zullen inbrengen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingebracht hebben jij zult ingebracht hebben hij zal ingebracht hebben wij zullen ingebracht hebben jullie zullen ingebracht hebben zij zullen ingebracht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inbrengen jij zou inbrengen hij zou inbrengen wij zouden inbrengen jullie zouden inbrengen zij zouden inbrengen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingebracht hebben jij zou ingebracht hebben hij zou ingebracht hebben wij zouden ingebracht hebben jullie zouden ingebracht hebben zij zouden ingebracht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
breng in
|