Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

inbreken vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: inbreken
Synoniemen: kraken, beroven

DE: inbreken (een inbraak doen): einbrechen
EN: inbreken (een inbraak doen): break in, break into a house, commit burglary, rob
ES: inbreken (een inbraak doen): entrar por fuerza, escalar, cometer un robo con fractura
FR: inbreken (een inbraak doen): cambrioler, dépouiller, dévaliser

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
ingebroken
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik breek in
jij breekt in
hij breekt in
wij breken in
jullie breken in
zij breken in
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb ingebroken
jij hebt ingebroken
hij heeft ingebroken
wij hebben ingebroken
jullie hebben ingebroken
zij hebben ingebroken
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik brak in
jij brak in
hij brak in
wij braken in
jullie braken in
zij braken in
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had ingebroken
jij had ingebroken
hij had ingebroken
wij hadden ingebroken
jullie hadden ingebroken
zij hadden ingebroken
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal inbreken
jij zult inbreken
hij zal inbreken
wij zullen inbreken
jullie zullen inbreken
zij zullen inbreken
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal ingebroken hebben
jij zult ingebroken hebben
hij zal ingebroken hebben
wij zullen ingebroken hebben
jullie zullen ingebroken hebben
zij zullen ingebroken hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou inbreken
jij zou inbreken
hij zou inbreken
wij zouden inbreken
jullie zouden inbreken
zij zouden inbreken
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou ingebroken hebben
jij zou ingebroken hebben
hij zou ingebroken hebben
wij zouden ingebroken hebben
jullie zouden ingebroken hebben
zij zouden ingebroken hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
breek in

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/inbreken

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English