Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

inbinden vervoegen




NL: inbinden
Synoniemen: boekbinden, terugtrekken, binden, verdikken, inkoken, indikken

DE: inbinden (boekbinden): binden, Bücher binden
EN: inbinden (boekbinden): binding, bookbinding
ES: inbinden (boekbinden): encuadernar
FR: inbinden (boekbinden): lier, ligoter, rélier, attacher

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
ingebonden
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik bind in
jij bindt in
hij bindt in
wij binden in
jullie binden in
zij binden in
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb ingebonden
jij hebt ingebonden
hij heeft ingebonden
wij hebben ingebonden
jullie hebben ingebonden
zij hebben ingebonden
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik bond in
jij bond in
hij bond in
wij bonden in
jullie bonden in
zij bonden in
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had ingebonden
jij had ingebonden
hij had ingebonden
wij hadden ingebonden
jullie hadden ingebonden
zij hadden ingebonden
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal aaneenbinden
jij zult aaneenbinden
hij zal aaneenbinden
wij zullen aaneenbinden
jullie zullen aaneenbinden
zij zullen aaneenbinden
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal ingebonden hebben
jij zult ingebonden hebben
hij zal ingebonden hebben
wij zullen ingebonden hebben
jullie zullen ingebonden hebben
zij zullen ingebonden hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou aaneenbinden
jij zou aaneenbinden
hij zou aaneenbinden
wij zouden aaneenbinden
jullie zouden aaneenbinden
zij zouden aaneenbinden
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou ingebonden hebben
jij zou ingebonden hebben
hij zou ingebonden hebben
wij zouden ingebonden hebben
jullie zouden ingebonden hebben
zij zouden ingebonden hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
bind in

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/inbinden

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald