NL: inbakerenSynoniemen: opwinden, oprollen, opheffen, omwikkelen, liquideren, inzwachtelen, baken, afwikkelen, inwikkelen
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingebakerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik baker in jij bakert in hij bakert in wij bakeren in jullie bakeren in zij bakeren in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ingebakerd jij hebt ingebakerd hij heeft ingebakerd wij hebben ingebakerd jullie hebben ingebakerd zij hebben ingebakerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bakerde in jij bakerde in hij bakerde in wij bakerden in jullie bakerden in zij bakerden in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ingebakerd jij had ingebakerd hij had ingebakerd wij hadden ingebakerd jullie hadden ingebakerd zij hadden ingebakerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inbakeren jij zult inbakeren hij zal inbakeren wij zullen inbakeren jullie zullen inbakeren zij zullen inbakeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingebakerd hebben jij zult ingebakerd hebben hij zal ingebakerd hebben wij zullen ingebakerd hebben jullie zullen ingebakerd hebben zij zullen ingebakerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inbakeren jij zou inbakeren hij zou inbakeren wij zouden inbakeren jullie zouden inbakeren zij zouden inbakeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingebakerd hebben jij zou ingebakerd hebben hij zou ingebakerd hebben wij zouden ingebakerd hebben jullie zouden ingebakerd hebben zij zouden ingebakerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
baker in
|