Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

improviseren vervoegen




NL: improviseren
DE: improvisieren
EN: improvise
ES: improvisar
FR: improviser

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geïmproviseerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik improviseer
jij improviseert
hij improviseert
wij improviseren
jullie improviseren
zij improviseren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geïmproviseerd
jij hebt geïmproviseerd
hij heeft geïmproviseerd
wij hebben geïmproviseerd
jullie hebben geïmproviseerd
zij hebben geïmproviseerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik improviseerde
jij improviseerde
hij improviseerde
wij improviseerden
jullie improviseerden
zij improviseerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geïmproviseerd
jij had geïmproviseerd
hij had geïmproviseerd
wij hadden geïmproviseerd
jullie hadden geïmproviseerd
zij hadden geïmproviseerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal improviseren
jij zult improviseren
hij zal improviseren
wij zullen improviseren
jullie zullen improviseren
zij zullen improviseren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geïmproviseerd hebben
jij zult geïmproviseerd hebben
hij zal geïmproviseerd hebben
wij zullen geïmproviseerd hebben
jullie zullen geïmproviseerd hebben
zij zullen geïmproviseerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou improviseren
jij zou improviseren
hij zou improviseren
wij zouden improviseren
jullie zouden improviseren
zij zouden improviseren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geïmproviseerd hebben
jij zou geïmproviseerd hebben
hij zou geïmproviseerd hebben
wij zouden geïmproviseerd hebben
jullie zouden geïmproviseerd hebben
zij zouden geïmproviseerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
improviseer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/improviseren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald