EN: to imposeSynoniemen: be in somebody`s space, encroach, interrupt, intrude, invade, palm off, pass off
NL: imponeren
DE: imponieren
ES: impresionar
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
imposing
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I impose you impose he imposes we impose you impose they impose
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have imposed you have imposed he has imposed we have imposed you have imposed they have imposed
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I imposed you imposed he imposed we imposed you imposed they imposed
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had imposed you had imposed he had imposed we had imposed you had imposed they had imposed
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will impose you will impose he will impose we will impose you will impose they will impose
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have imposed you will have imposed he will have imposed we will have imposed you will have imposed they will have imposed
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would impose you would impose he would impose we would impose you would impose they would impose
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have imposed you would have imposed he would have imposed we would have imposed you would have imposed they would have imposed
|